Nederlands flag Japan-België: Buigen of Barsten

Opa Van Nistelrooij heeft alle vertrouwen in kwalificatie voor WK
17/04/2002

Vier juni 2002: de verwachtingen in Japan zijn hoog gespannen dat de nationale ploeg zijn eerste punten op het allergrootste voetbaltoneel zal scoren terwijl de rest van de wereld toekijkt. De tegenstander heet België, en druk om in de eerste groepswedstrijd niet ten onder te gaan is nu al enorm. Japan is een relatieve nieuwkomer in het wereldvoetbal na de succesvolle lancering van de J-League in 1993 en zal pogen voet aan de grond te krijgen na een teleurstellende campagne in Frankrijk vier jaar geleden die met drie verliezen en nauwelijks één goaltje werd afgesloten. Bondscoach Philippe Troussier lijkt Japan in elk geval op goede weg gezet te hebben, met een puike prestatie in Polen (0-2) als voorlopig hoogtepunt. België is al veel langer actief op het hoogste niveau maar de geschiedenis van WK-optredens wordt vooral gekenmerkt door regelmaat en constantie: de Rode Duivels nemen voor de zesde opeenvolgende keer deel na kwalificatierondes doorworsteld te hebben, een record. Het Belgische en Japanse voetbal liggen een wereld uiteen, maar toch zijn er gelijkenissen te vinden tussen de twee: beide ploegen vertonen een gebrek aan internationale uitstraling, en eerder dan van individuele kwaliteiten moeten het vooral hebben van een collectieve vechtersmentaliteit.

Belgium national kit.

Belgium national kit

© Mikhail Sipovich

Niet-Belgen (lees: Britten) doen de Belgische manier van spelen vaak af als "ongeïnspireerd" en "saai", in de eerste plaats te wijten aan het gebrek aan sterspelers met internationale uitstraling. Terwijl Nederland voetbaliconen als Bergkamp, Cruyff, de Boer, Gullit, Koeman, Neeskens, Rensenbrink, Rijkaard en Van Basten voortbracht, hebben buitenlandse voetballiefhebbers moeite om meer dan één Belgische bekendheid – meestal Enzo Scifo – te noemen. Maar ook eigen supporters geven niet echt veel blijk van bezieling voor hun ploeg op wereldniveau. De Belgische Voetbalbond kreeg het Koning Boudewijn-Stadion niet uitverkocht voor de cruciale wedstrijd tegen Tsjechië: niemand gaf nog een eurocent voor de kansen van de Duivels. Toen die kwalificatie er dan toch kwam na twee verbazingwekkend sterke prestaties tegen de Tsjechische favorieten, leek het wel alsof de meeste Belgen zich meer verkneukelden om de uitschakeling van Nederland tijdens de voorrondes dan zich verheugden over de zesde opeenvolgende kwalificatie van hun eigen nationale ploeg. Een ernstig geval van Schadenfreude, laten we zo de diagnose maar opmaken voor het heersend gevoel van leedvermaak in België na het falen van de Oranje All-Stars. Maar misschien ook een teken van een typisch Belgische parochiale ingesteldheid?

Eenzelfde beperkt gezichtsveld kan de spelers aangewreven worden. Ten tijde van Euro 2000 kenmerkte het Engelse voetbalmaandblad "When Saturday Comes" de Belgische ploeg als "sensationeel alledaags" ("thrillingly ordinary"). De Belgische rots in de branding Mark Wilmots zou zijn vakantie het liefst aan de Belgische kust doorbrengen, terwijl Bart Goor zich op zijn vrije dag graag nuttig bezighoudt met het invullen van zijn belastingsformulier. Tijdens Mexico 1986 lagen knagende heimwee naar Belgische bodem en een verlangen naar grijze regenhemels al aan de oorzaak van een schisma in de ploeg, die al op voorhand verdeeld was in een Nederlandstalig en een Franstalig kamp. Verder is het is een bekende anecdote dat het de moeder was van Jan Ceulemans, topspeler in de jaren 80, die hem ervan overtuigde een contract bij AC Milan links te laten liggen. Ook nu gaan er al bezorgde stemmen op over de invloed van minstens drie lange weken van afzondering in Kumamoto, een landelijke stad op het zuidelijke eiland Kyushu die niet echt bekend staat om haar overvloed aan ontspannings- en uitgangsmogelijkheden. Zullen de Duivels niet al te zeer hun dorpsplein annex frituur missen?

Misschien dat dezelfde kerktorenmentaliteit ook aan de basis lag van de Grote Afwezigheid van Belgen actief in de Japanse J-League. De lijst van Noorderburen die toegaven aan de lokroep van de yen en het uitgebreide buitenlandse contingent in de J-League vervoegden is eindeloos: Hanssen, Havenaar, Vanenburg, Van Zwam, Oulida, Verbeek, Boere, Veenhof, Burke… Langvergeten Henny Meijer scoorde zelfs het historische allereerste J-doelpunt op 15 mei 1993. Maar zijn er dan helemaal geen spelers uit het Zuiden van de Lage Landen die aan de weg naar het Oosten hebben getimmerd? Toch wel. Lorenzo Staelens was de eerste en voorlopig enige Belgische speler die de stap aandurfde. Staelens tekende een contract van een jaar voor Oita Trinita, een ploeg met promotieambities in de J2, de Japanse tweede klasse. Consternatie in de Belgische pers, die hem verweten alleen uit te zijn op geld in ruil voor het minderwaardige Japanse voetbal: "Zou die 30 miljoen (frank, ongeveer 750.000 euro) salaris daar voor iets tussen zitten?" en "Lorenzo, jongen, vertrek niet naar Japan. Ze eten er rauwe vis en lachen als ze kwaad zijn" (de Standaard, 29/11/00) zijn slechts enkele voorbeelden. Het begon nochtans goed voor Lorenzo. Hij werd in Oita binnengehaald als een centrale schakel in de ploeg, en ook de man hemzelve genoot van zijn eerste contacten met de Japanse cultuur in het toch wel landelijke Kyushu. Maar dan liep het mis. In september, na een goeie acht maanden besloot de 35-jarige Belg het schip te verlaten en na terugkeer in de warme schoot van zijn heimat in West-Vlaanderen zich volledig aan zijn (ondertussen ook al spaakgelopen) politieke loopbaan te wijden. Nochtans was Oita met een tweede plaats nog altijd in de running voor promotie naar de J-League. Helaas, de Lorre ging kapot aan eenzaamheid, en dat vertaalde zich op het veld in frustratie en rode kaarten. Behalve zijn tolk was er niemand met wie Lorenzo een gesprek met enige diepgang kon voeren, en hij had moeite met de Japanse geslotenheid. Japanse spelers gaan na de match nooit eens een pint drinken, en houden werk en vermaak strikt gescheiden, zo luidde de klacht. Staelens had beter lessen getrokken uit de belevenissen van zijn Japanse collega Endo Masahiro, die door KV Mechelen werd aangetrokken maar niet kon aarden aan het leven in Vlaanderen en op de Mechelse bank langzaam wegkwijnde. Niet-sportieve opvang van buitenlandse spelers in een totaal verschillende culturele omgeving: een branche waar duidelijk nog werk aan de winkel is.

Japan national kit.

Japan national kit

© Mikhail Sipovich

Gebrek aan internationale doorstroming is ook een probleem waar de Japanse bondscoach, Philippe Troussier van wakker ligt. Ook al verscheen er hoop aan de horizon met Nakata, Ono, Kawaguchi, Miyamoto, Nakamura, Nishizawa, Jo en Inamoto, toch is het lang niet zeker dat talent dan wel commerciële overwegingen (in de hoop het Nakata-effect bij Perugia te imiteren) aan de basis liggen van het "Grote Japonistische Avontuur" (Sakka Magajin, 31/1/2001) van Japanse spelers in Europa. Verder verwonderde Troussier zich zelfs over een tekort aan "menselijkheid" in zijn ploeg. Toen de bondscoach zijn spelers vrijaf gaf na een wedstrijd tijdens een toernooi voor de Beker van Azië en voorstelde om naar een disco te gaan of een stapje te doen in het plaatselijke nachtleven, bleven de spelers op hun hotelkamer. (Je zou het de spelers van Oranje geen twee keer moeten zeggen, tenzij het een hotel-met-faciliteiten in Denemarken betreft natuurlijk.) Producten van organisatie, zo bestempelde Troussier de Japanse spelers.

De Japanners moeten het, net zoals hun Belgische collega's, meer hebben van een ijzersterke organisatie en collectieve inspanning. Iedereen die ooit in Japan geleefd heeft, kan meervertellen over de discipline die gekweekt wordt tijdens trainingsessies van om het even welke sport. "Ganbaru" of een vechtersmentaliteit van volhouding, volharding, en een "over-mijn-dood-lijk"-ingesteldheid is nog altijd een sleutelbegrip in de Japanse sportcultuur. De Rode Duivels hebben in het verleden al getoond dat een dergelijke mentaliteit tot op zekere hoogte het gebrek aan sterspelers kan compenseren. Het valt nog te bezien of de Japanse ploeggeest bestand zal zijn tegen de mentale druk van 125 miljoen landgenoten die het niet zullen pikken als de nationale ploeg het niet tot de tweede ronde schopt en opnieuw gezichtsverlies moet lijden ten aanzien van de traditionele voetbalmogendheden. En de Belgen zullen na een mislukt WK in 1998 en een teleurstellende Euro-campagne twee jaar geleden moeten tonen dat eendracht voor een keer ook macht kan maken. De twee ploegen zijn zeker aan mekaar gewaagd, zodat de uitslag van de wedstrijd op vier juni in Saitama zich zich nu al laat raden: 0-0.

by Bart Gaens

The Soccerphile World Cup 2002 Archives
Click here to go to the current Soccerphile.com

World Cup Soccer Books & DVD Shop - Click Here To Visit Our Complete Collection


Soccerphile Ltd - All Rights Reserved